Tell Ibrahim Awad

Opgraving in de Nijldelta

Van 1988 tot 2004, zijn er regelmatige opgravingen geweest op Tell Ibrahim Awad, provincie Sharqiya, in de oostelijke Nijldelta, door de Nederlandse Stichting Nederland voor Archeologisch Onderzoek in Egypte.

De site van Tell Ibrahim Awad werd geselecteerd voor verder onderzoek in 1986, nadat in een proefsleuf een rijk graf uit de 1e dynastie was blootgelegd (in de zone die later zone B genoemd werd) en een grote tichelstenen muur (in zone A). Dit bleek later te behoren tot een grote tempel uit het vroege Middenrijk. Deze sondages werden uitgevoerd tijdens een uitgebreide survey tussen 1984 en 1988 rond de stad Faqus. 

Opgraving bij Tel Ibrahim Awad, Egypte

De site bij Tell Ibrahim Awad

Locatie 

Tell Ibrahim Awad ligt net buiten het dorp Umm Agram in een afgelegen hoekje van het centrale deel van de Oostelijke Nijldelta. Het hoogste punt bevindt zich nu slechts ca. 2 m boven de bebouwde akkers, maar dat moet vroeger meer geweest zijn. Ongeveer dertig jaar geleden is het centrale deel van de tell afgegraven voor een fruitboomgaard, met vernietiging van een deel van de archeologische resten. Een uitgebreid boorprogramma heeft aangetoond dat het huidige oppervlak van ongeveer 20.000 m2 omvat niet veel meer dan 10 procent van de oorspronkelijke tell-oppervlak; de rest is geleidelijk ontgonnen voor landbouwactiviteiten. Een magnetisch onderzoek zou waarschijnlijk meer gegevens over de oorspronkelijke uitbreiding opleveren. Eerst werd onderzoek uitgevoerd op twee locaties, A en B. Sinds 1994 is het werk geconcentreerd geweest op de terrein A, met een tempel en een nederzetting/begraafplaats.

Het ongerepte oppervlak van de tell is ongeveer effen en is bedekt met  lage vegetatie zoals doorns en halfa-gras. Overblijfselen van een oude irrigatiesloot zijn zichtbaar in terrein B. De kern van de tell wordt gevormd door een zandige turtleback of gezira in de bocht van een voormalige Nijlarm, maar deze gezira is nu niet langer zichtbaar onder nederzettings- en overstromingslagen. Vondsten gedaan  in 1999 tijdens drainage-activiteiten in het gebied hebben de oorspronkelijke oppervlakte van de tell bevestigd, zoals eerder vastgesteld door boringen. Er waren verschillende meanderende Nijlarmen in de buurt; dat  kan de oorzaak zijn geweest van het verlaten van de tell na het vroege Middenrijk, vergelijkbaar met die van het nabijgelegen Piramesse als residentie na het Nieuwe Rijk, toen deze rivierhaven ontoegankelijk werd door het dichtslibben van de waterwegen.

Voltooiing 

De opgraving van de tempel site werd voltooid in 2001, toen het zand van de oorspronkelijke gezira, de vermoedelijke locatie van de eerste tempel, werd bereikt. Deze cultusplaats  was bijna voortdurend in gebruik van Naqada IId tot het vroege Middenrijk. De intrigerendste en talrijkste vondsten werden gedaant in de tempel van de Eerste Tussentijd / einde van het Oude Rijk. Deze bestaan uit verschillende depots van offergaven en cultusvoorwerpen uit de Vroegdynastische tijd, nauwe parallellen met vondsten uit dezelfde tijd in tempels in hetnabijgelegen Tell el-Farkha en in de Bovenegyptische plaatsen Abydos, Elephantine en Hierakonpolis. Een begraafplaats naast de tempel bestond uit ongeveer tachtig graven, daterend uit het late Oude Rijk tot het vroege Middenrijk. De grafgiften waren schaars, meestal bestaande uit wat aardewerk en kralen. 

Vervolgonderzoek 

Het vervolgonderzoek heeft als doelen het onderzoek van de vroege lagen van de grafvelden in A en B en het vaststellen van de uitbreiding van de nederzetting door middel van een magnetische survey. 

Gepubliceerd door  Allard Pierson Museum

5 februari 2014