Griekse wereld

Griekenland, in het zuidoosten van Europa, geldt met enig recht als de bakermat van onze beschaving. Ons alfabet, de democratie, filosofie, geschiedschrijving vinden allemaal hun oorsprong in deze cultuur. De Griekse kunst noemen wij nog steeds 'klassiek' en heeft de kunst van later tijd diepgaand beïnvloed. Het Allard Pierson Museum heeft een grote collectie Griekse voorwerpen: interessante sculptuur, mooi en gevarieerd beschilderd aardewerk, terracotta beeldjes, munten, voorwerpen van brons, zilver en goud.

Griekse afdeling tijdelijk gesloten

De Griekse afdeling is gesloten voor een herinrichting. Vanaf november gaat de afdeling geleidelijk weer open. Onze excuses voor het ongemak.

Cycladen-idool, Grieks, Keros-Syros cultuur, Dokathismata-groep, 2400-2300 v.Chr., Collectie Allard Pierson Museum (APM 1872)

Cycladen-idool, 2400-2300 c.Chr., collectie Allard Pierson Museum (APM01872)

Voortijd (ca. 6500-1100 v.Chr.)

In het zevende millennium v.Chr. bloeit in Thessalië een landbouwcultuur op die tot 3000 v.Chr. voortduurt. De bewoners kennen nog nauwelijks metaalbewerking maar maken hun werktuigen van steen en andere materialen. Daarom noemen we deze periode de (nieuwe) Steentijd. Rond 3000 v. Chr. begint de bronsbewerking. De nederzettingen worden groter en welvarender. Wijnbouw en olijfteelt, die tot op de dag van vandaag de landbouw van het Middellandse Zeegebied domineren, vinden in deze periode hun weg naar Griekenland. De meest opvallende voorwerpen uit de vroege Bronstijd, 3000-2000 v.Chr., zijn de marmeren ‘Cycladen-idolen’, afkomstig van de gelijknamige eilanden. Zij stellen meestal naakte vrouwen voor, waarschijnlijk vruchtbaarheidssymbolen.

Op Kreta ontwikkelt zich vanaf 3000 v. Chr. de Minoïsche cultuur, genoemd naar de mythische koning Minos. Op het hoogtepunt van deze periode, 2000-1500 v.Chr., zijn grote paleizen met een complexe plattegrond het centrum van de nederzettingen. In de religie speelt de stier een belangrijke rol. Ongetwijfeld is de mythe van de Minotaurus, de stier-mens die in een doolhof in Knossos huist hiermee verbonden. Rond 1450 v.Chr. worden de paleizen verwoest behalve dat van Knossos. De laatste bewoners van dit paleis zijn Myceners, afkomstig van het vasteland van Griekenland. Een halve eeuw later gaat ook dit paleis ten onder.

Rond 1600 v.Chr. ontwikkelt zich op het vasteland de Myceense cultuur, genoemd naar de belangrijkste nederzetting Mycene. Na de ontcijfering van hun kleitabletten blijkt dat zij een oude vorm van Grieks hebben gesproken. Vanaf 1400 v.Chr. bouwen zij enorme burchten. Hiervoor gebruikten zij zulke grote stenen dat de latere Grieken de legendarische Cyclopen hiervoor verantwoordelijk houden. Lang zijn de Myceners een belangrijke macht in het oostelijke Middellandse-Zee-gebied. Rond 1200 v.Chr. gaan de paleizen echter in vlammen op. Na enkele eeuwen van onrust en achteruitgang ontstaat de Griekse cultuur.

Bronzen paardje, Grieks, Peloponnesos, ca. 750 v.Chr., Collectie Allard Pierson Museum (APM 1344)

Bronzen paardje, Peloponnesos, , rond 750 v.Chr., collectie Allard Pierson Museum (APM 01344)

IJzertijd/Geometrische periode (ca. 900-700 v. Chr.)

Tegen 1000 v.Chr. beginnen de Grieken ijzer te gebruiken. Zij gaan in stedelijke centra wonen, die bestuurd worden door de aristocratie: de polis (stadsstaat) is geboren. De periode tussen 900 en 700 v.Chr. noemen we ‘Geometrisch’ vanwege de gebruikte versieringen: meanders, zigzaggen en andere patronen. Vanaf  ca. 800 v.Chr.  zien we afbeeldingen van geometrisch gestileerde mensen en dieren. Er ontstaan contacten met andere culturen en de handel groeit. De Grieken beginnen het alfabet te gebruiken. Homerus dicht de Ilias en Odyssee aan het eind van deze periode. De eerste Olympische spelen vinden plaats in 776 v.Chr. en in de tweede helft van de 8e eeuw worden de eerste Griekse kolonies gesticht aan de kusten van Italië en Sicilië. 

Oriëntaliserende periode (ca. 700-600 v.Chr.)

Door de handel met het Nabije Oosten komen de Grieken in contact met ideeën, technieken en voorstellingen uit de Oosterse en Egyptische culturen. Zij nemen hier veel van over en daarom noemen we deze periode ‘oriëntaliserend’. Korinthe is het belangrijkste centrum van handel en nijverheid, het aardewerk uit deze stad is in grote aantallen rond de hele Middellandse Zee teruggevonden. Milete en andere steden stichten vele kolonies aan de kusten van de Zwarte Zee.

Krater met Dionysus, Grieks, toegeschreven aan de ‘Flying Angel’ Schilder, ca. 480 v.Chr., Collectie Allard Pierson Museum (APM 11068)

Krater met Dionysus, Toegeschreven aan de ‘Flying Angel’ Schilder, Athene, ca. 480 v.Chr., collectie Allard Pierson Museum (APM 11068)

Archaïsche periode (ca. 600-480 v.Chr.)

In de 6de  eeuw v.Chr. worden de poleis vaak bestuurd door alleenheersers, tyrannen, of groepen edelen (oligarchen). In Athene voert Solon vroeg in de 6de eeuw v.Chr. hervormingen door die uiteindelijk zullen leiden tot de Atheense democratie. Daarna beleeft de stad een bloeitijd onder het bewind van de tyran Peisistratus. Zijn zonen zijn minder geliefd en in 510 v.Chr. wordt de democratie ingesteld. Vroeg in de 5de eeuw moeten de Grieken zich verdedigen tegen een enorme invasie van de Perzen, die zij in 490 v.Chr. bij Marathon en in 480/479 v.Chr. bij Salamis en Plataea verslaan. Wel verwoesten de Perzen in deze strijd Athene en veel andere plaatsen.

Grafsteen Grafsteen met moeder, dienares en kind, Pentelisch marmer, Grieks, 420-410 v.Chr., Collectie Allard Pierson Museum (APM 9327)

Grafsteen met moeder, dienares en kind, marmer, 420-410 v.Chr., collectie Allard Pierson Museum (APM 9327)

Klassieke periode (ca. 480-323 v.Chr.)

Na de Perzische oorlogen zijn Athene en Sparta de belangrijkste poleis van Griekenland. Athene kent een ongeëvenaarde bloei: de tragediedichters, filosofen, redenaars en historici van deze periode zullen de Westerse cultuur blijvend beïnvloeden. Ook de kunsten bloeien. Op het gebied van de architectuur getuigen de schitterende tempels van hun prestaties. De schilderkunst is grotendeels verloren gegaan maar de beeldhouwkunst kennen we van Romeinse kopieën en van Griekse originelen. Millennia later zijn zij nog de klassieke standaard. De vaasschilderkunst staat in de Archaïsche en Klassieke periode op een zeer hoog niveau, vooral in Athene, later, in de 4e eeuw v. Chr., ook in Zuid-Italië.  Rampzalig voor Griekenland is de oorlog tussen Athene en Sparta, de Peloponnesische Oorlog (431-404 v.Chr.), die de Spartanen uiteindelijk winnen. Toch bloeit Griekenland ook na 400 v.Chr., terwijl verschillende steden om de macht vechten. Het noordelijke koninkrijk Macedonië wordt steeds machtiger en onderwerpt heel Griekenland in 338 v.Chr. Daarna begint Alexander de Grote zijn veroveringen van het Perzische Rijk, Egypte en een groot deel van het huidige Pakistan en Afghanistan. Hij sterft in 323 v.Chr. in Babylon.

Ephedrismos spelende vrouwen, Grieks, 300-250 v.Chr., collectie Allard Pierson Museum (APM 1891)

Ephedrismos spelende vrouwen, Terracotta, Corinthe, 300-250 v.Chr., collectie Allard Pierson Museum (APM 1891)

Hellenistische periode (ca. 323-30 v. Chr.)

Na de dood van Alexander valt zijn wereldrijk uiteen. Er ontstaan drie rijken met Macedonische vorsten: Macedonië zelf, Klein-Azië onder de Seleuciden en Egypte onder de Ptolemaeërs. De Griekse cultuur versmelt in deze rijken met de plaatselijke culturen. De kunst van deze periode is naturalistischer, dramatischer en ruimtelijker dan in de klassieke periode. Afbeeldingen van goden en mensen zijn anekdotischer en soms zelfs triviaal.  In de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. veroveren de Romeinen Griekenland. Egypte is het laatste Hellenistische rijk dat de nieuwe grootmacht Rome inlijft, in 31 v.Chr. De culturele invloed van de Grieken in de Romeinse wereld is echter zo groot, dat de Romeinse dichter Horatius zich afvraagt wie nu eigenlijk de overwonnenen zijn. 

Gepubliceerd door  Allard Pierson Museum

29 augustus 2016