banner met de naam van het museum
beeldmerk

Nabije Oosten
In de Nabije-Oostenzaal zijn voorwerpen uit verschillende culturen uit het gebied tussen Turkije en Iran bijeengebracht. In het gebied van herkomst zijn rond 3500 v. Chr. de vroege beschavingen ontstaan. Dit was onder andere het gevolg van de natuurlijke omstandigheden. De twee rivieren die het huidige Irak doorsnijden, de Eufraat en de Tigris, moesten gebruikt worden voor irrigatie, wilde het dorre land vruchtbaar worden. Daarvoor was centrale organisatie een noodzaak. Er ontstond een monarchie met een ingewikkeld ambtenarenstelsel en het spijkerschrift werd ontwikkeld.

Spijkerschrift
Spijkerschrift is gebruikt vanaf 3300 v. Chr. tot in het begin van onze jaartelling. Het dankt zijn naam aan de spijkervormige streepjes waaruit de tekens zijn opgebouwd. Men schreef op kleitabletten met een rietstift. De punt liet in de klei een driehoekige indruk achter. Wanneer men vervolgens een lijn trok, ontstond een taps toelopende vorm.
Spijkerschrift is in het hele Nabije Oosten gebruikt om zeer uiteenlopende talen te noteren. Zelfs de farao's van Egypte correspondeerden in spijkerschrift met de oosterse koningen. Men gebruikte het schrift voor administratieve teksten en contracten, maar ook voor religieuze en literaire teksten.

Mesopotamië
De Sumeriërs drongen rond 2900 voor Chr. het Tweestromenland, Mesopotamië, vanuit het zuiden binnen. Hun cultuur heeft alle latere beschavingen in dit gebied sterk beïnvloed: de vele invallers werden verjaagd of gingen op in de bevolking van het gebied. De verschillende stadstaten die achtereenvolgens een overheersten, waren opvallend uniform in cultuur. Assur en Babylon zijn bekende voorbeelden van zulke steden: van de eerste is de term Assyrië afgeleid, van de tweede Babylonië.
De macht van Assur en Babylon nam langzamerhand af na de zeventiende eeuw voor Chr., toen een relatief nieuwe bevolkingsgroep, de Hittieten, haar grondgebied uitbreidde vanuit Klein-Azië richting Mesopotamie. Ook de Hittieten lieten zich door met name de Assyriërs beïnvloeden; via hun rijk, dat ver naar het Westen doorliep, kwam veel van de Mesopotamische cultuur bij bijvoorbeeld de Grieken terecht. Toen het Hittitische Rijk verzwakte door de twaalfde-eeuwse invasies van een groep van niet geheel bekende volkeren, -zij worden de Zeevolkeren genoemd- grepen de Assyriërs hun kans en bouwden een nieuwe machtspositie op. In de 9de en 8ste eeuw veroverden zij geheel Syrië. In 689 v. Chr. verwoestten zij Babylon en in 671 reikte hun macht tot in Egypte. In 614 veroverden de Meden en Babyloniërs gezamenlijk Assur. In 612 v. Chr. valt Niniveh en komt er een einde aan het Assyrische rijk.
De Babyloniërs werden de nieuwe heersers in Mesopotamië. Koning Nebukadnesar II veroverde Syrië en in 597 en 586 v. Chr. Jeruzalem, waarna de Babylonische ballingschap voor de Joden begon. In 539 v. Chr. lijfde de Perzische koning Cyrus II Mesopotamië in bij zijn rijk en maakte voorgoed een einde aan de autonomie van het gebied.

Iran
In het zuidwesten van Iran speelde in het 4de millennium v. Chr. Elam de belangrijkste rol. Het noordoosten van Iran werd rond 2000 v. Chr. bewoond door Indo-europese stammen. Aan de verspreiding van het voor hen kenmerkende gepolijste aardewerk is te zien waar zij zich vestigden. Rond 1300 v. Chr. hebben zij Amlasj bereikt, maar in Luristan, bekend om zijn bronzen wapens en sierbeslag voor paardentuig, wordt tot in de 8ste eeuw geen gepolijst aardewerk aangetroffen. Later kregen de Meden de macht die in 559 verslagen werden door de Perzische koning Cyrus II. Het Rijk der Achaemeniden begon aan zijn enorme bloeiperiode, waar Alexander de Grote in 333-332 v. Chr. een einde maakte. Na het uiteenvallen van diens rijk heersten de Parthen in Iran. Gedurende vele jaren waren er conflicten met de Romeinen, die er nooit in slaagden Perzië onder hun gezag te brengen. In de 3de eeuw n. Chr. kwam een nieuwe dynastie, de Sasaniden aan de macht. In 651 n. Chr. werd de laatste Sasanidische koning vermoord. Hiermee eindigt de oudheid in dit gebied.

Syrië
Ook hier ontstonden al voor 3000 v. Chr. nederzettingen die uitgroeiden tot stadstaten. Rond 1500 vormden de Mitanni en de Hurrieten een staat, die door de Hettieten rond 1355 v. Chr. werd ingelijfd. In de 12de eeuw v. Chr. raakten allerlei volken in het oostelijke Middellandse-Zeegebied op drift. Deze zogenaamde Zeevolken teisterden de Syrische en Palestijnse kusten en droegen mogelijk bij tot het einde van de macht van de Hettieten. De kuststeden kwamen daarna weer tot bloei en werden de thuisbasis van de Phoeniciërs. In de 9de eeuw v. Chr. kwam Syrië onder Assyrisch bestuur. Na de ondergang van Assyrië werd Syrië onderdeel van het Achaemenidische rijk en daarna van dat van Alexander de Grote.

Selenkahiye
Een van de nederzettingen aan de Eufraat was Selenkahiye. Deze plaats, die slechts heeft bestaan van 2400 tot 1900 v. Chr. en in vijf lagen is gebouwd, is in de jaren 1972-1975 opgegraven door een team van de Universiteit van Amsterdam onder leiding van Prof. jhr. dr. M.N. van Loon. Het betrof een noodopgraving en thans is Selenkahiye onder het water van het Tabqa stuwmeer verdwenen. Hoewel opgegraven voorwerpen altijd in het land van herkomst moeten blijven, is het gebruikelijk dat bij een noodopgraving een deel van de vondsten naar het land van het opgravingsteam mogen. Zo zijn enkele honderden voorwerpen uit Selenkahiye in het Allard Pierson Museum terecht gekomen.

Anatolië
In Anatolië, het huidige Turkije, waren in het 5de millennium v. Chr. al ommuurde steden. Later werden dit echte burchten. De eerste stad van Troje (2920-2350 v. Chr.) is hier een goed voorbeeld van. In de 18de eeuw v. Chr. werden de Indo-europese Hettieten steeds machtiger; zij zouden Anatolië tot 1180 v. Chr. overheersen. De macht van de Hettieten strekte zich op bepaalde momenten uit tot aan Syrië en Babylon. In 1286 v. Chr. vochten zij en hun bondgenoten bij Kadesj tegen de Egyptenaren en hun bondgenoten. De slag bleef onbeslist en er werd vrede gesloten. Mede door de invallen van de Zeevolken ging het Hettietenrijk ten onder. Andere volkeren vulden de ruimte op. Aan de westkust vestigden Griekse kolonisten zich. De laatste koning van Lydië, de legendarisch rijke Croesus, dolf in 547 v. Chr. het onderspit tegen de Perzische koning Cyrus II. Anatolië werd onderdeel van het Perzische rijk. Later werd het door Alexander de Grote veroverd en vervolgens kwam het onder Romeins bestuur.


Al vanaf 6000 v. Chr. gebruikten mensen zegels om een waarmerk te zetten op hun eigendom of onder een contract. Rond 3400 v. Chr. ging men cilindervormige rolzegels gebruiken die men over de klei rolde waardoor de erin uitgesneden voorstelling werd afgedrukt. Op dit zegel zijn Gilgamesj en Enkidu afgebeeld in gevecht met een leeuw en een stier. (APM 3215)


Vanaf 2000 v. Chr. verspreidden Indo-europese stammen zich vanuit het noordoosten over Iran. Zij brachten hun grijze gepolijste aardewerk mee. Rond 1300 v. Chr. bereikten zij de streek Amlasj in Noordwest-Iran. Het Amlasj-aardewerk kent nog een aantal traditionele vormen zoals de snavelkan; het is zeer dunwandig en in verschillende kleuren glanzend gepolijst. (APM 11.790 en 9176)


In Selenkahiye in Syrië brachten noodopgravingen door archeologen van de Universiteit van Amsterdam (1972-1975) een nederzetting uit 2400-1900 v. Chr.aan het licht. Met toestemming van de Syrische regering werd een deel van de vondsten naar Nederland gebracht. In de woonhuizen werden menselijke figuurtjes gevonden die een grote variatie in haardracht en sieraden laten zien. (APM 10320 en 10322)


In Mesopotamië werden onder drempels kistjes met kleiplakettes met afbeeldingen van kwaadafwerende halfgoden begraven. De een toont een gevleugelde man met een adelaarskop, de andere een man gekleed in een vissenhuid. (APM 1695 en 1702)