De mythe van de donkere middeleeuwen ontmaskerd

02nov2017 15.00 - 16.00

Lezing

Marieke van den Doel geeft op 2 november 2017 in de Amsterdamse Academische Club een lezing over de tentoonstelling 'Crossroads. Reizen door de middeleeuwen'. Daarnaast spreekt Wendelien van Welie over de bewust gecreëerde beeldvorming van het keizerschap van Karel de Grote als voorbeeld van interculturele kruisbestuiving.

In de tentoonstelling Crossroads wordt een nieuw verhaal verteld over de vroege middeleeuwen. Deze waren niet de spreekwoordelijke donkere periode van afbraak, ellende en verderf, maar een tijd van bloeiende culturele uitwisseling, zo intensief dat zij bijna eigentijds aandoet. De tentoonstelling met uiterst bijzondere bruiklenen uit onder andere Boedapest, Athene, Brussel en het Verenigd Koninklijk kwam tot stand als onderdeel van het internationale CEMEC-project (Connecting Early Medieval Collections).

Over de lezingen

Donkere eeuwen? Nieuw licht op de vroege middeleeuwen | Marieke van den Doel

Tussen onze moderne wereld en de vroege middeleeuwen in Europa (300-1000) bestaan meer overeenkomsten dan vaak wordt gedacht. Groepen mensen die over grote afstanden migreren, temperatuursveranderingen, religieuze tegenstellingen: de periode na de val van het West-Romeinse Rijk (476) is vaak omschreven als een ‘donkere tijd’.

Dat de klassieke cultuur van de Grieken en Romeinen afbrokkelde, heeft zeker aan dit beeld bijgedragen. Maar wellicht geldt de vroegmiddeleeuwse periode ook als donker omdat we er minder vanaf weten.

Crossroads werpt nieuw licht op deze tijd. Uiteenlopende voorwerpen, van ketting tot ketel en van zilverschat tot zwaard, laten zien dat er naast oorlog en onrust ook sprake was van nieuwsgierige contacten en culturele uitwisseling. Groepen en volken namen gebruiken en religies van elkaar over. De erfenis van het Romeinse Rijk bleef zichtbaar, vaak aangepast aan nieuwe situaties. Eeuwenoude handschriften bewijzen hoe de klassieke cultuur werd gekoesterd. Van sommige Europese staten ligt het ontstaansmoment in deze complexe en verwarrende tijd, voortkomend uit een kruisbestuiving van culturen en volken.

Een olifant in Aken. Karel de Grote op het kruispunt van culturen | Wendelien van Welie

Karel de Grote (745-814) zag zich bij zijn kroning tot keizer in Aken in het jaar 800, en natuurlijk ook al in de jaren daaraan voorafgaand, geconfronteerd met het vraagstuk hoe de beeldvorming van zijn keizerschap te begeleiden en te bepalen. Hoe creëer je een keizerbeeld? Hoe kon hij op overtuigende wijze uitdragen dat hij niet meer vorst onder de vorsten was, maar als keizer gezien en aanvaard wilde worden?  

Het was een onderneming die in onze eigentijdse terminologie wellicht een p.r.-machine genoemd kan worden. Er wordt beweerd dat Karel de Grote de Romeinse keizers tot voorbeeld nam, omdat hij zich als hun opvolger zag. Dat is zeker zo, maar hoewel er nog veel overblijfselen voorhanden waren, was het ook reeds vierhonderd jaren geleden dat het Romeinse keizerrijk ineenstortte. Daarom ligt het veel meer voor de hand dat hij zich vooral ook spiegelde aan contemporaine, succesvolle heersers: de keizer van het Byzantijnse keizerrijk en de kalief van het rijk der Abassiden. Deze lezing brengt in kaart hoe ook deze Byzantijnse en Abassidische invloeden voor het te creëren imago van keizer Karel de Grote in stelling werden gebracht.

Over de sprekers

Dr. Marieke van den Doel is tentoonstellingsconservator bij het Allard Pierson Museum en affiliated researcher (CREATE, Universiteit van Amsterdam). Voorheen was zijhoofd Kunstgeschiedenis en vicedirecteur bij het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome en docent Kunstgeschiedenis en Algemene Cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. Wendelien van Welie is werkzaam als docent Kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen bij de Universiteit van Amsterdam. Haar specialisatie is de vroege middeleeuwen, waarbij zij de kunst graag in de historische context van de tijd plaatst. Ook de iconografie heeft haar warme belangstelling. Momenteel bereidt zij met Museum het Catharijneconvent in Utrecht een tentoonstelling voor over het lichaam in de middeleeuwen, welke in het najaar van 2020 te zien zal zijn.

Over de moderator

Machteld G.G. Löwensteyn is als kunsthistoricus verbonden aan de Amsterdam School for Historical Studies en adviseur van de Amsterdamse Academische Club bij de programmering op het gebied van geschiedenis, kunstgeschiedenis en kunst.

Na de lezing een hapje eten?

Na de lezing serveert het Amsterdamse Academische Club, inmiddels traditioneel, een ‘clubschotel’ voor 15 euro. Leden ontvangen 15% korting.

Programma donderdag 2 november

17.00 uur inloop
17.30 uur start lezing
18.45 uur einde lezing
Aansluitend diner (optioneel)

Deze lezing vindt plaats in de Amsterdamse Academische Club (AAC) en is alleen bij te wonen met een lidmaatschap van de AAC.

  • Amsterdamse Academische Club (AAC)

    Oudezijds Achterburgwal 235 | 1012 DL Amsterdam
    +31 (0)20 525 1570

    Ga naar detailpagina

Gepubliceerd door  Allard Pierson Museum