Het museumgebouw

Het gebouw aan de Oude Turfmarkt 127, waar het museum thans is gehuisvest, is oorspronkelijk gebouwd als hoofdkantoor van de Nederlandsche Bank.

Het Allard Pierson Museum, foto Monique Kooijmans

Deze was sinds de oprichting in 1814 gevestigd in een aantal huizen aan de Oude Turfmarkt. In 1864 werd besloten op deze locatie een nieuw bankgebouw neer te zetten. Een aardig detail is dat een van de bankdirecteuren een jongere broer van Allard Pierson was, namelijk Nicolaas G. Pierson, Minister van Financiën van 1897 tot 1901, die natuurlijk niet kon weten dat een eeuw later het gebouw naar zijn broer zou worden vernoemd. 

De voormalige entree van de Nederlandsche Bank, nu Allard Pierson Museum

De ingang van De Nederlandsche Bank rond 1930

W.A. Froger 

Als architect werd W.A. Froger aangetrokken, tegenwoordig vooral bekend door zijn werk aan het Noordzeekanaal. Hij gold als een man van ongewone vindingrijkheid en technisch kunnen, maar kenmerkte zich niet door een eigen stijl. Dat bood de bankdirecteuren de mogelijkheid om veel invloed op het ontwerp uit te oefenen: de leidende gedachte hierbij was zuinigheid, die haar uitdrukking moest vinden in eenvoud.

Als enige versiering werd ingestemd met een fronton, waarin twee vrouwen zijn afgebeeld, de een met een zeilschip, de ander met een locomotief in de hand, als 'zinnebeeld van kracht en sterkte waarop de Nederlandsche Bank meent zich te mogen beroemen.'  In 2010 werden twee gesigneerde en gedateerde gipsen bustes door het museum verworven die de beeldhouwer Philip Koelman in 1868 moest maken om de opdracht te krijgen voor het beeldhouwwerk in het fronton.

 Kloek en oprecht karakter

Op 10 mei 1869 werd het gebouw in gebruik genomen. Het werd geroemd om zijn 'kloek en oprecht karakter' en later omschreven als 'een produkt dat op een uiterst moeilijke hoeksituatie tegenover het brede Rokin domineert zonder uit de toon te vallen.' 

In 1954 werden door de bank plannen gemaakt voor een nieuw hoofdgebouw. Dit leidde tot de bouw van de Nederlandsche Bank op het Frederiksplein. 

Senaatskamer van het Allard Pierson Museum, foto Monique Kooijmans

De voormalige griffiekamer uit 1922 ontworpen door Philip Warners, architect van de Amsterdamse School, nu in gebruik als Senaatskamer.

Nieuwe bestemming

Het pand Oude Turfmarkt 127, in 1967 op de lijst van beschermde monumenten geplaatst, werd aangekocht door de Universiteit van Amsterdam die het ter beschikking stelde aan het Allard Pierson Museum.

Dit museum, sinds 1934 gehuisvest in een oude school op de hoek van de Sarphatistraat en het Roeterseiland, was dringend toe aan een nieuwe behuizing en het classicistische bankgebouw op een toplocatie in de binnenstad was een ideale plek. 

Dick Elffers

De bekende ontwerper Dick Elffers herschiep het oude bankgebouw in een fraai museum dat op 6 oktober 1976 werd geopend door HKH Prinses Beatrix. Het museum heeft een collectie van ca. 17.000 originele archeologische vondsten uit het Middellandse Zeegebied. Het toont een deel hiervan in de vaste afdelingen Egypte, Nabije Oosten, Griekse wereld, Etrurië en Romeinse Rijk. Daarnaast organiseert het tijdelijke tentoonstellingen over verschillende onderwerpen in de oudheid. Deze worden gehouden in de speciale expositievleugel, de voormalige directievleugel van de Nederlandsche Bank. In 2010 werd de ruimte voor wisseltentoonstellingen verbouwd en verdrievoudigd. In 2012 werd de voormalige griffie kamer gerestaureerd en ingericht met meubilair van de Amsterdamse School architect Philip Warners. Deze ruimte is nu in gebruik als Senaatskamer.

Interieur Allard Pierson Museum, foto Monique Kooijmans

De centrale marmeren gang in het Allard Pierson Museum. Foto: Monique Kooijmans

Gepubliceerd door  Allard Pierson Museum

5 februari 2014